De oorzaak, functie en het ontstaan van het gedrag van je hond

Wanneer je hondengedrag goed wilt begrijpen, moet je weten wat de oorzaak van het gedrag is, wat de functie is, hoe het gedrag zich ontwikkeld heeft en hoe het is ontstaan.

Hiervoor is het belangrijk dat je kruipt in de huid van een hond en dat is nou juist zo moeilijk! Toch zul je merken dat als je begrijpt hoe hondengedrag werkt en er jezelf op oefent om het te herkennen, je heel veel kunt voorspellen.

De oorzaak van hondengedrag


Gedrag is een optelsom van prikkel plus context plus motivatie.

Prikkel


De prikkel is een verandering in de omgeving waarop een hond reageert. Die prikkel is voor ons soms nauwelijks of helemaal niet waarneembaar waardoor wij dan niet kunnen verklaren waarom een hond een gedragsverandering laat zien.

Denk hierbij het aan horen van hoge-frequentietonen die voor ons onhoorbaar zijn (stofzuigers) en bepaalde veranderingen in de atmosfeer die wij niet waarnemen (honden vluchten voordat het onweert).
Maar ook de – subtiele – lichaamstaal van een andere hond kan ervoor zorgen dat een hond aanvalt of vlucht. Wij denken dan dat hij “uit het niets” bijt of “zomaar” er vandoor gaat.

Context


De context is de omstandigheid waarin de prikkel aangeboden wordt. Dit is een wezenlijk onderdeel van gedrag maar wordt in veel gevallen onderschat.

Zo zijn er honden die aan de lijn trekken bij de vrouwelijk eigenaar maar dat niet doen bij de mannelijke eigenaar. Of honden die uitstekend meedraaien op de hondenschool (op dat specifieke veld) maar er thuis niets van bakken.

Honden die thuis gewend zijn op de bank te springen, doen dat niet automatisch ook ergens anders. Dat kan wel moet hoeft niet. De mate waarin context-afhankelijk gedrag een rol speelt is mede ingegeven door de ontwikkeling van het gedrag (de hond heeft geleerd).

Motivatie


De motivatie is een interne gemoedstoestand die de reactie op de prikkel bepaalt. Dit is het moeilijkste onderdeel van hondengedrag. We weten namelijk nooit voor honderd procent wat er in de kop van de hond omgaat. Hoe de verbindingen lopen.

Zo zal een loopse teef een intacte reu toelaten terwijl zij hem afsnauwt als zij niet loops is en zo heeft een gecastreerde reu heeft minder snel de neiging tot het berijden van een loopse teef.

Stel, jouw hond blaft als er een onbekend persoon nadert/passeert (prikkel) op zijn eigen terrein (context) om zijn territorium te beschermen (motivatie). Als hij van nature niet waakt, hij mist de motivatie, zal hij niet blaffen maar wellicht vriendelijk begroeten.

Functie


Gedrag moet een functie hebben anders is het nutteloos en kost het meer energie dan dat het oplevert. Een hond die last heeft van vlooien zal van dat gevoel af willen door zichzelf te bijten of te krabben. Het bijten of krabben is hier functioneel.

Ontwikkeling


Door de consequentie van het gedrag leert de hond. Een hond met een agressieprobleem die herplaatst wordt, zal mogelijk op eenzelfde manier reageren op zijn nieuwe baas wanneer die eenzelfde of vergelijkbare prikkel aanbiedt.

Echter, de reactie van de nieuwe eigenaar gecombineerd met de andere context waarin de prikkel wordt aangeboden, zorgt ervoor dat gedrag om te buigen is. In de meeste gevallen gaat dit makkelijker in een nieuwe omgeving (context).

Ontstaan


Wanneer het gedrag ontstaan is, is een belangrijke onderzoeksvraag en zegt veel over de motivatie van de hond. Een hond die op jonge leeftijd getraumatiseerd is geraakt doordat hij door een grote witte hond is gebeten, zal anders reageren op grote witte honden dan op kleine bruine honden.

Ook hier speelt de ontwikkeling van het gedrag een grote rol. Zo kunnen honden snel generaliseren.

Wanneer ze eerst bang zijn voor grote witte honden, kunnen ze later bang worden voor alle witte honden en daarna zelfs voor alle honden.

Ontstaan en ontwikkelingen spelen samen dus een belangrijke rol bij hondengedrag.

Vaak voorkomend (probleem)gedrag

Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on pinterest
Pinterest
Share on whatsapp
WhatsApp